APG en Cladogrammen
- Op weg naar APG III
Een grote internationale groep van botanici, de Angiosperm Phylogeny Group (APG), werkt aan het verzamelen en interpreteren van steeds meer en nieuwe gegevens om het verwantschapsschema van de bloemplanten te verbeteren. Leidse onderzoekers volgen deze ontwikkelingen op de voet en gebruiken de meest recente resultaten bij hun onderzoek.
Na de publicatie van APG I in 1998 en van APG II in 2003, wordt er wereldwijd nog steeds hard aan gewerkt om de indeling van het plantenrijk te verbeteren.
Bij de aanleg van de Leidse systeemtuin in 2005 is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
- Een speciaal aan APG gewijde aflevering van de American Journal of Botany (Oktober 2004)
- Heukels’ Flora van Nederland (23ste druk, 2005)
- Een lijst met ordes en families van de hand van D.J. Mabberley, die als basis dient voor de nieuwe editie van ‘The Plant Book’ (2008)
- De website die door Peter Stevens wordt bijgehouden op http://www.mobot.org/MOBOT/Research/APweb/Het was toen al duidelijk dat de positie van sommige groepen nog bepaald niet definitief was. Op basis van bovengenoemde bronnen is een cladogram gemaakt, dat op alle borden in de systeemtuin is gebruikt. De enige tussentijdse wijzigingen zijn het invoegen van de orde Huerteales op bord 18, en enkele kleine verbeteringen.
Nu, in 2007, is het cladogram op bovengenoemde website op een aantal punten alweer gewijzigd.
De positie van twee ordes, Ceratophyllales en Chloranthales, werd in 2005 al als ‘voorlopig’ gezien, en nu is hij veranderd, net als de positie van de eenzaadlobbigen en de magnoliiden. Immers, in 2005 vormden, na afsplitsing van de ANITA-groep (bed 1), de Ceratophyllales samen met alle eenzaadlobbigen één groep (bedden 2-6), tegenover de rest van de bloemplanten; hiervan werden de Chloranthales het eerst afgesplitst, daarna de magnoliiden (bed 7), en daarna de rest, de ‘echte’ tweezaadlobbigen (bedden 8-27). In 2007 is de positie van Ceratophyllales en Chloranthales er niet duidelijker op geworden: zij worden nu samen met de magnoliiden in één groep geplaatst; pas daarna volgt de afsplitsing van de eenzaadlobbigen en die van de ‘geavanceerde’ tweezaadlobbigen.
Aan een betere interpretatie van de zwervers wordt ook nog steeds gewerkt: opvallend is dat de Ruwbladigenfamilie (Boraginaceae, bed 24) nog steeds geen vaste plek heeft in de asteriden.
Soms wordt er ook spectaculaire vooruitgang geboekt bij de plaatsing van moeilijk te ordenen groepen. Zo werd recent ontdekt dat de bloemplant met de grootste bloem ter wereld, het uit Borneo afkomstige geslacht Rafflesia, tot de Wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae) behoort.


