Bed 1: De ANITA groep

bord11

De naam van deze groep komt niet van de bekende meisjesnaam Anita, maar van de eerste letters van leden van de groep: Amborellaceae, Nymphaeales, Illiciaceae, Trimeniaceae en Austrobaileyaceae.
Dat de samenstelling van de groep sinds de omschrijving in 1999 alweer ietsje is bijgesteld, laat zien hoe snel opvattingen over de afstamming van bloemplanten kunnen veranderen.
De meest basale groepen van de bloemplanten vormen trouwens geen natuurlijke groep: het is een serie van vrij kleine ordes met weinig families, waarvan pas sinds kort duidelijk is wat hun positie is.

Amborellales

De enige soort in deze orde, Amborella trichopoda, heeft lang verstopt gezeten in de Monimiaceae, die voornamelijk voorkomt in warme streken van het Zuidelijk Halfrond. Deze soort is helemaal alleen in de familie Amborellaceae geplaatst. Pas sinds kort is duidelijk dat hij helemaal niet in de Magnoliiden thuishoort.

Families:

Amborellaceae

Amborellaceae
De enige soort in deze familie, Amborella trichopoda, is een tweehuizig altijdgroen struikje, zonder houtvaten, dat alleen voorkomt in Nieuw Caledonië.
De bladeren zijn enkelvoudig en staan in 2 rijen. De kleine bloemen staan in bijschermen bij elkaar, de mannelijke met 10-25 meeldraden, de vrouwelijke met 5-8 vruchtbeginsels. Amborella heeft steenvruchten.

Nymphaeales
nympho

Deze orde, waartoe Waterlelies behoren, is sinds de vorige indeling gehalveerd. De Nelumbonaceae zijn verrassend genoeg verhuisd naar dezelfde orde als de Plataan (bed 9). De Hoornbladfamilie (Ceratophyllaceae) staat nu als aparte orde tegenover alle eenzaadlobbigen (zie bed 6). Er zijn nu nog twee families over: de Waterleliefamilie (Nymphaeaceae) en de nauwverwante Cabombaceae.

Families:

Nymphaeaceae
Cabombaceae

Nymphaea pygmaea ‘alba’
Waterlelie Waterleliefamilie (Nymphaeaceae)
De Waterleliefamilie heeft 6 geslachten met ongeveer 60 soorten die overal ter wereld voorkomen. Het zijn waterplanten met een dikke wortelstok en meestal drijvende, schildvormige bladeren. De tweeslachtige bloemen staan alleen en hebben meestal een groot aantal bloemblaadjes en meeldraden. Ze worden door insecten bestoven. De vrucht is groot en besachtig.
In Nederland bekende waterplanten zijn de Witte waterlelie (Nymphaea alba) en de Gele plomp (Nuphar lutea), die overal in grachten, sloten en meren zijn te vinden. Nymphaea caerulea is de Blauwe lotus in het oude Egypte. Euryale en Victoria zijn tropische waterlelies uit Azië en Amerika.


Cabombaceae
Deze kleine familie, met 2 geslachten en 6 soorten, komt in warmere streken overal ter wereld voor. Cabombaceae verschillen van de Waterleliefamilie door hun kleinere bloemen en vrijstaande vruchtbeginsels. Soms worden de 2 geslachten uit deze familie, Brasenia en Cabomba, ook wel in de Waterleliefamilie geplaatst.

Austrobaileyales
katsura

Deze orde is ontstaan uit het samenvoegen van drie families die elk in een andere orde waren geplaatst: Austrobaileyaceae (was Magnoliales, zie bed 7), Schisandraceae (was Illiciales, nu opgeheven), en Trimeniaceae (was Laurales, zie bed 7). Het is nu duidelijk dat het slechts verre verwanten zijn van de Magnoliiden.

Families:

Austrobaileyaceae
Schisandraceae
Trimeniaceae

Austrobaileyaceae
Deze kleine familie heeft slechts 1 geslacht met 1 of 2 soorten. De meest bekende soort is Austrobaileya scandens, een altijdgroene klimplant uit Australië.
De bladeren zijn enkelvoudig en min of meer tegenoverstaand. De alleenstaande, hangende bloemen zijn groot en opvallend, met veel bloemblaadjes en meeldraden. Ze ruiken naar rotte vis en worden waarschijnlijk door vliegen bestoven. De vruchten zijn besachtig.

In deze orde de grootste familie met 3 geslachten en ruim 90 soorten. Het zijn kale, meest altijdgroene, aromatische bomen, struiken of klimplanten. Ze komen voor in Oost- en Zuidoost-Azië en in Midden- en zuidelijk Noord- Amerika.
Ze hebben kleine bloemen met veel bloemblaadjes en meeldraden. Ze worden gekweekt vanwege hun mooie of eetbare besachtige vruchten of hun heerlijk geurende bladeren.
Enkele soorten Schisandra en Kadsura zijn bij ons winterhard. De Steranijs, Illicium verum, behoort tot een tropisch geslacht met meer dan 40 soorten.

Trimeniaceae
Een kleine familie met 1 geslacht en 6 soorten, die voorkomen in tropisch Zuidoost-Azië, Australië en enkele Pacifische eilanden. Het zijn bomen of klimmers met enkelvoudige, tegenoverstaande bladeren. De bloemen zijn klein en worden door de wind bestoven.

De Reuzenwaterlelie: Leids nachtleven
bord1

De Reuzenwaterlelie of Victoria amazonica is een spectaculair grote Waterlelie, met als bijzonderheid dat hij alleen ’s avonds en ‘s nachts bloeit. De eerste nacht wit, een heerlijke ananaslucht verspreidend, de tweede nacht roze en zonder geur. In het wild wordt de plant door kevertjes bestoven, die de eerste bloeinacht opgesloten raken in de zich sluitende bloem. Ze kunnen pas weg als de bloem zich voor de tweede keer, roze en geurloos, opent.

Bloeit de Reuzenwaterlelie op een voorspelbaar moment, dan gaat de Hortus ’s avonds open. En zie je ergens een niet al te grote warme kas met een vijver, dan is die vaak gebouwd voor deze spectaculaire tropische waterlelie, of voor een nauwe verwant ervan. In de Hortus wordt de Reuzenwaterlelie als eenjarige gekweekt. Hij groeit binnen enkele maanden van kiemplantje naar enorme volwassen plant.

Deze soort is in de 19e eeuw ontdekt in het Amazonegebied, en werd ooit vernoemd naar de Engelse koningin Victoria als Victoria regia. De tegenwoordig algemeen geaccepteerde naam is Victoria amazonica. Het is alweer meer dan 125 jaar geleden dat deze plant voor het eerst in de Hortus bloeide.

Webredactie Hortus botanicus - Last edited: 17 Dec 2008