Bed 2: Acorales en Alismatales

bord 2
Acorales
Calamus

De Acorales zijn tegenwoordig de zustergroep van de rest van de eenzaadlobbigen. Nog niet zo lang geleden werd Kalmoes (Acorus), het enige geslacht in deze orde, in de Aronskelkfamilie (Araceae) geplaatst. Deze familie vormt onderdeel van de Alismatales.
Het apart zetten van de Acorales aan de basis van alle andere eenzaadlobbigen berust op een vergelijking van de basenvolgorde van het rbcL-gen in het chloroplast-DNA in Acorus met die in andere eenzaadlobbigen. Meer onderzoek op dit vlak zou ertoe kunnen leiden dat Acorus weer in de Alismatales wordt geplaatst, zij het in een eigen familie. Het is trouwens wel duidelijk dat Acorus bij de eenzaadlobbigen hoort.

Families:

Acoraceae

Kalmoesfamilie (Acoraceae)
Deze familie telt slechts 1 geslacht (Acorus) met 2 tot 4 soorten. Deze komen voor op het Noordelijk Halfrond, en in Zuidoost Azië. Het zijn kruidachtige planten met een wortelstok en met gras- of irisachtige bladeren. De kleine tweeslachtige bloemen staan in een bloeikolf.
Kalmoes (Acorus calamus) komt oorspronkelijk uit Azië, maar werd al door Hippocrates als artsenijplant vermeld. De plant heeft een karakteristieke zoete en kruidige geur, en geeft smaak aan veel alcoholische bitters.

Alismatales
Pinellia

Veel van de voor Nederland zo karakteristieke water- en oeverplanten behoren nu tot deze orde. De Alismatales was eerst een veel kleinere orde, met maar 3 families: Zwanebloemfamilie (Butomaceae), Waterweegbreefamilie (Alismataceae) en Limnocharitaceae. De Alismatales zijn nu uitgebreid met de complete ordes Arales en Najadales.
Analyse van nucleair en chloroplast DNA heeft uitgewezen dat de huidige omschrijving van de Alismatales beter is dan de vorige, al is de positie van Acorus nog steeds niet helemaal opgehelderd. Ook de positie van de grootste familie in deze orde, de Aronskelkfamilie (Araceae), ten opzichte van de andere families is nog niet duidelijk.
Alismatales zijn vaak planten uit natte milieus, met kruipende wortelstokken. Ze hebben complexe bloeiwijzen, met de bloemen vaak in dichte aren. De bloemen hebben soms meer meeldraden en vruchtbladen dan gebruikelijk in de eenzaadlobbigen, die in principe 3-tallige bloemen hebben.

Families:

Tofieldiaceae
Araceae
Butomaceae
Hydrocharitaceae
Alismataceae
Scheuchzeriaceae
Aponogetonaceae
Juncaginaceae
Posidoniaceae
Ruppiaceae
Cymodoceaceae
Potamogetonaceae
Zosteraceae

Tofieldiaceae
Dit is een kleine familie van landplanten, voornamelijk van het Noordelijk Halfrond. Het is een buitenbeentje ten opzichte van de andere families, en de plaats binnen deze orde is nog onzeker.


Pinellia tripartita Aronskelkfamilie (Araceae)
De Aronskelkfamilie vormde vroeger met de Eendekroosfamilie (Lemnaceae) de orde Arales. Nu vormen ze samen de grootste familie in de Alismatales, met meer dan 100 geslachten en ruim 4.000 soorten. In tegenstelling tot de andere families leeft het merendeel op het land.
Het zijn meestal tropische kruiden met langgesteelde bladeren. De kleine bloemen, die in een bloeikolf zijn gerangschikt, worden omgeven door een schutblad. De bloemen zijn in principe 3-tallig. De vrucht is een bes. In Nederland komt uit deze familie de Slangewortel (Calla palustris), de Watersla (Pistia stratiotes) en de Aronskelk (Arum) voor.

Zwanebloemfamilie (Butomaceae)
De enige soort in deze familie is de Zwanebloem (Butomus umbellatus). Hij komt voor in gematigde streken van Eurazië. Het is een waterplant met regelmatige roze bloemen die in een scherm staan.

Waterkaardefamilie (Hydrocharitaceae)
Eerst zat deze familie in een aparte orde, de Hydrocharitales. Nu ook de Nimfkruidfamilie (Najadaceae) erin is opgenomen, telt de famillie 18 geslachten en meer dan 100 soorten waterplanten van zoet en zout water, overal ter wereld.

Waterweegbreefamilie (Alismataceae)
Deze familie omvat nu ook de Limnocharitaceae en telt daarmee 12 geslachten en ruim 80 soorten van waterplanten, die vrijwel overal ter wereld voorkomen. In Nederland komen uit deze familie wel 4 geslachten voor: Pijlkruid (Sagittaria), Moerasweegbree (Echinodorus), Drijvende waterweegbree (Luronium) en Waterweegbree (Alisma).

Scheuchzeriafamilie (Scheuchzeriaceae)
Een familie met 1 soort, de Veenbloembies (Scheuchzeria palustris), een kruidachtige moerasplant.

Najadales

De volgende families werden vroeger allemaal in de Najadales geplaatst :

Aponogetonaceae
Een familie met 1 geslacht, Aponogeton, en 43 soorten van zoetwaterplanten uit de tropen en warme gebieden van de Oude Wereld.

Zoutgrasfamilie (Juncaginaceae)
Een familie met 4 geslachten en 15 soorten van kruiden, die overal ter wereld voorkomen, maar vooral in kustgebieden. In Nederland komen uit deze familie 2 soorten Zoutgras (Triglochin) voor.

Posidoniaceae
Een familie met 1 geslacht, Posidonia, met 9 soorten van zoutwaterplanten die in de Middellandse Zee en langs de kust van Zuid-Australië voorkomen.

Ruppiafamilie (Ruppiaceae)
Deze familie telt 1 geslacht, Ruppia, met 1-10 soorten van ondergedoken waterplanten die overal ter wereld in zowel zoet als zout water voorkomen.

Cymodoceaceae
Een familie met 5 geslachten en 16 soorten zoutwaterplanten van tropische en warme wateren, vooral rond Australië.

Fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae)
Deze familie omvat nu ook de Zannichelliafamilie (Zannichelliaceae), en hoorde vroeger in de Najadales. Het zijn 7 geslachten met 102 soorten zoetwaterplanten die overal ter wereld voorkomen. Ze hebben soms vrij grote bladeren, de bloemen staan meestal in dichte aren.

Zeegrasfamilie (Zosteraceae)
Zeegrassen zijn mariene waterplanten van gematigde en subtropische gebieden. Er zijn 2 geslachten en 14 soorten, die eerst in de orde Najadales waren geplaatst. Ze hebben smalle bladeren en kleine bloemen in bloeikolven. Zeegras komt ook langs onze kusten voor.

Reuzenaronskelk
bord-2amorphophallus

Amorphophallus paeonifolius

Amorphophallus titanum zou wel eens de allergrootste bloeiwijze ter wereld kunnen hebben, tot 2.5 meter hoog. Wanneer deze plant in de kassen van de Leidse Hortus bloeit, is het in de hele kas te ruiken en staat het publiek in de rij. De indringende geur van bederf gaat gepaard met een temperatuurverhoging in de bloeikolf. Dit dient om vliegen, die hun eitjes in rottend vlees leggen, aan te trekken. Het zijn namelijk vliegen die het stuifmeel van de ene naar de andere bloem transporteren. Het donkere, vleeskleurige schutblad helpt ook mee om de illusie te wekken dat er een dood dier ligt.

Het geslacht Amorphophallus telt bijna 200 soorten, die voornamelijk in de Zuidoost- Aziatische tropen voorkomen. Ze hebben een grote knol, waaruit slechts 1 blad tegelijk komt. Bij de grotere soorten lijkt dit blad op een klein boompje, compleet met korstmos op de stam. Pas wanneer de knol groot genoeg is, ontstaat er een bloemknop. Daaruit groeit de bloeiwijze: een bloeikolf met onderaan de kleine vrouwelijke bloemen, en daarboven de mannelijke. Eromheen een schutblad. Wanneer de bestuiving gelukt is, groeien er vaak fraaigekleurde bessen uit.

Deze spectaculaire planten worden niet alleen voor de aardigheid gekweekt, maar ook als voedsel. Van Amorphophallus paeonifolius, de ‘Elephant yam’, en enkele andere soorten worden de knollen gegeten. Wel is het zaak ze eerst te koken om de giftige alkaloiden te verwijderen. In Japan wordt de knol van Amorphophallus konjac, de Konjaku, tot meel vermalen en als bron van zetmeel benut. In de kassen van de Hortus botanicus is een collectie van deze planten te bewonderen.

Webredactie Hortus botanicus - Last edited: 18 Dec 2008